Aardappelen of rijst? Oproer!

aardappelnood-collectie-legermuseum-00262000 Aardappelnood. Collectie Legermuseum 00262000
aardappelnood-collectie-legermuseum-00262001 Aardappelnood. Collectie Legermuseum 00262001
amsterdam-1917-het-aardappeloproer-vrouwen-tonen-hun-buit Amsterdam 1917 Het aardappeloproer. Vrouwen tonen hun buit.
na-plundering-van-een-varkensslager-in-de-kleine-wittenburgerstraat-uit-het-leven-no-28-10-juli-1917-geheugen-van-nederland Na plundering van een varkensslager in de kleine Wittenburgerstraat. Uit: Het Leven, no. 28, 10 juli 1917. (Geheugen van Nederland)




Amsterdam 1917 Het aardappeloproer. Vrouwen tonen hun buit.


Rijst? Als ik mijn vent dat voorzet krijg ik op mijn donder’, riep een van de vrouwen woedend tegen de Amsterdamse wethouder Wibaut van levensmiddelenvoorziening. Ze waren met velen naar het stadhuis gekomen om zich te beklagen over het voedseltekort. Rijst? Aardappelen moesten ze hebben!  Maar die waren schaars en onbetaalbaar in 1917.

Toch had de regering al voor het begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 maatregelen genomen om problemen tegen te gaan. Bepaalde levensmiddelen en strategische goederen mochten al direct niet meer worden uitgevoerd. Bij het begin van de oorlog had Nederland een voorraad van 200 000 ton rijst, ruim voldoende voor enkele (normale) jaren. Maar al direct verkochten handelaren grote hoeveelheden aan Duitsland om een flinke winst te maken. Binnen drie weken was er nog maar 150 000 ton over!

Zeker de beter gesitueerden sloegen bij honderden kilo’s tegelijk voedsel in. Plaatselijk ontstonden tekorten, prijzen stegen onrustbarend en winkeliers hielden voorraden achter om ze later met nog zoeter winst te kunnen verkopen. Op 29 augustus 1916 werd de Distributiewet van kracht die gold voor diverse levensbehoeften en brandstoffen.

Naarmate de voedselsituatie nijpender werd en de rantsoenen werden teruggeschroefd, nam de ontevredenheid onder de bevolking toe. Vooral als gevolg van de zwarte handel en doordat ook de export van voedsel nog steeds doorging. De Nederlandse regering kon daar vaak niet onderuit. Duitsland wilde wel steenkool voor de industrie leveren, maar daar moesten aardappelen en vlees tegenover staan. De Britten op hun beurt eisten dan ook een contingent. Dus zagen met name de arme Amsterdammers en Rotterdammers geregeld scheepsladingen aardappelen naar Engeland en treinen met koeien of met aardappelen naar Duitsland vertrekken, zonder dat zij er iets van kregen.

Hans van Lith

Aardappelnood. Collectie Legermuseum 00262001





Aardappelnood. Collectie Legermuseum 00262000

Op 28 juni 1917 ging in Amsterdam het gerucht rond dat er  aan de Jordaanse kant van de Prinsengracht een schuit met aardappelen voor het leger zou liggen. Een grote groep vrouwen kreeg er lucht van en ging kijken. Daar lag de schuit! Onbewaakt, tweehonderd zakken aardappelen van vijfendertig kilo, blakerend in de zon. Even sloeg de verbijstering toe, toen stapte een van de vrouwen naar voren en ritste een zak op. Ze vulde een mand en vertrok. Dat was het sein en allen stortten zich op het begeerde voedsel. Het aardappeloproer barstte los!
Benieuwd hoe het verder gaat? Kom op 4 oktober naar de lezing.

 


Na plundering van een varkensslager in de kleine Wittenburgerstraat. Uit: Het Leven, no. 28, 10 juli 1917. (Geheugen van Nederland)
 

4 september 2012 door Legermuseum | geplaatst in Evenementen | trefwoorden: 1917aardappeloproerAmsterdamEerste Wereldoorloglezingonlustenoproerplunderingvoedsel