Militaire Mode

de-montycoat-van-generaal-hj-krulsDe montycoat van generaal H.J. Kruls
britse-maarschalk-bernard-law-montgomery-1887-1976 Britse maarschalk Bernard Law Montgomery [1887-1976];

De Montycoat

De montycoat is in Nederland een begrip geworden, dat het nauwelijks voor te stellen is dat de oorsprong van de jas veel verder teruggaat dan de populaire veldmaarschalk Montgomery, naar wie het kledingstuk is vernoemd. De wollen dufflecoat werd in 1896 bij de Britse Royal Navy voorgeschreven voor de bemanning van de nieuwe open-deks torpedo-boten. De dufflecoat is een rechte, kuitlange jas met capuchon, zijsplitten, opgestikte zakken en een houtje-touwtjessluiting. Modehistorici menen dat het model is afgeleid van de negentiende-eeuwse Poolse rok, die op zijn beurt weer afstamt van de veel oudere Noord-Afrikaanse bournous. Het woord duffle verwijst naar de dikke wollen duffelse stof, die genoemd is naar de plaats Duffel in de provincie Antwerpen waar tot in de zeventiende eeuw een bloeiende textielnijverheid deze stof produceerde. De dikke stof beschermt tegen weer, wind en water en zorgde ervoor, samen met het draagcomfort, dat de dufflecoat een klassieker zou worden die nauwelijks meer is weg te denken uit de mode. Niet allen bleef de Britse marine de jas gedurende de Eerste en Tweede Wereldoorlog als zogenaamde ‘waakjas’ dragen, ook burgers hadden er belangstelling voor, zeker nadat de overschotten in 1946 gedumpt werden. De jas was niet alleen warm en comfortabel, maar herinnerde ook aan de heldhaftige bevrijders. Bovendien waren dumpgoederen niet op de bon. In Nederland eindigde de textiel schaarste officieel  op 3 november 1949 en het is dus niet verwonderlijk dat alles wat zonder bon te verkrijgen was met graagte werd gedragen. De populariteit van de jas werd later nog eens vergroot door de film de ‘The Cruel Sea’ uit 1952 waarin de bemanning van de snelle escorteschepen dufflecoats droeg. In Nederland werd de jas na de Tweede Wereldoorlog bekend als montycoat, liefkozend genoemd naar de populaire veldmaarschalk Montgomery, die de jas bijna altijd scheen te dragen. Modejournaliste Pauline Tereehorst gaf een rake typering van dit kledingstuk, dat de meesten in deze hoedanigheid onmiddellijk zullen herkennen:’De jas werd bijzonder geliefd bij de na-oorlogse generatie die niet net als vaders popeline regenjassen en tweed autocoats wilde dragen. De montycoat werd de uitdrukking van verzet tegen een geregeld en verburgerlijkt leven … De simpele houtje-touwtjessluiting geeft de montycoat een natuurlijk, antimodisch element. Hij werd daardoor de ideale uitdossing voor buitenmannen en vrouwen, het padvinderstype zeg maar, en wereldvreemde intellectuelen’. Met name onder de studenten in de jaren zestig en zeventig werd de jas bijzonder geliefd. Op de catwalk verscheen de jas in modieuze en kleurrijke varianten. Wie het vandaag de dag nog waagt de jas in de oorspronkelijke beige kleur te dragen, valt als een a-modieus mens door de mand.

 

Uit: Dressed to kill : mode, uniform / Mariska Pool ; [red. S.C.E.M. Smit ; foto-ill. Jocelyne Moreau ... et al.], Mariska Pool, Zwolle 2000, pag. 96-107.

14 maart 2013