Een nieuw geweer voor het Nederlandse leger: de Diemaco C7

door G. de Vries en B.J. Martens

 

Sinds het voorjaar van 1995 is de Nederlandse krijgsmacht bezig met de ver­vanging van de FAL door een nieuw geweer, de Canadese Diemaco C7. Het eerste exemplaar (serienummer 9500001 NL) werd op 24 maart 1995 overhan­digd. Via de handen van een aantal hoogwaardigheidsbekleders belandde het geweer uiteindelijk bij een lid van het Korps mariniers, dat als eerste Nederlandse eenheid met de Diemaco werd bewapend. Ter ere van deze gelegenheid ontving het Legermuseum een opengewerkt exemplaar met een hou­ten tentoonstellingspaneel voorzien van de tekst 'Presented by Diemaco to the Legermuseum on the occasion of the delivery of the first Diemaco rifle to the Netherlands armed forces, 24 March 1995'. Naar aanleiding van deze aanwinst, in de collectie opgenomen onder registratienummer 007068, volgt hier een korte beschrijving van de Diemaco en de selectieprocedure.[1]

 

Afb. 1. De opengewerkte Diemaco die het Legermuseum werd aangeboden naar aanleiding van de overhandiging van het eerste exemplaar aan de Nederlandse krijgsmacht op 24 maart 1995.
(Collectie KNLWM Reg. 007068)

 

Afb. 2. Een opengewerkte, door Colt gemaakte M16A2. Zoek de verschillen met de Diemaco.

 

Afb. 3 en 4. Detailopnamen van de opengewerkte Diemaco van afbeelding 1.

 

Ontwikkeling

De basis voor het ontwerp van het nieuwe Nederlandse legergeweer werd ruim veertig jaar geleden gelegd, toen de Amerikaan Eugene Stoner in dienst van het Californische bedrijf ArmaLite het 7,62 mm AR-10 geweer ontwikkelde. Dit wapen werd enige tijd in licentie gemaakt door de Artillerie-Inrichtingen, maar de produktie in Nederland werd in 1961 gestaakt. Omdat de Koninklijke land­macht voor de FAL koos, weigerde het Ministerie van Defensie het staatsbedrijf verdere financiële steun voor de ontwikkeling van de AR-10.

Was Nederland dus al in de jaren vijftig betrokken bij de ontwikkeling van de voorloper van de Diemaco, de bemoeienis bij het mechanisme van het wapen gaat nog verder terug. De meest kenmerkende eigenschap van het geweer is namelijk de draaiende afsluiter met de vergrendelingsnokken, en die had Stoner afgekeken van de Johnson. Dit was een halfautomatisch geweer dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog door Melvin M. Johnson was ontworpen en korte tijd als een serieuze concurrent van de Garand gold. Het Amerikaanse leger hield echter aan dit laatste wapen vast, en slechts dankzij orders en grote financiële bijdragen van het voormalige KNIL kon de Johnson in produktie worden geno­men.[2]

Nu terug naar de meer recente geschiedenis. Net als in Nederland leek ook in de Verenigde Staten de AR-10 aanvankelijk een commerciële mislukking te worden. Het in 1957 ingevoerde M14 geweer werd tijdens een vergelijkende beproeving beter beoordeeld dan de AR-15, een verbeterde AR-10 in kaliber 5,56 mm. Fairchild (het moederbedrijf van ArmaLite) verloor daarop zijn inte­resse in het wapen en verkocht de licentie aan Colt. In 1962 keerde het tij. De Amerikaanse luchtmacht, op zoek naar een vervanger van de verouderde M1 karabijn, besloot de AR-15 in te voeren. In de loop van de jaren zestig volgden ook de andere Amerikaanse legeronderdelen. Ondanks grote aanloopproblemen en allerlei gebreken die vooral in Vietnam aan het licht kwamen, bleef de AR­15 onder de benaming M16 tot op de dag van vandaag het standaardwapen van de Amerikaanse strijdkrachten en vele andere landen.[3]

De productie in Canada begon in het midden van de jaren tachtig, toen Diemaco een order van ruim 80.000 stuks van de Canadese regering kreeg. Bij een vergelijkend Canadees beproevingsprogramma was de (aan Canadese eisen aangepaste) Colt M16A1 als beste uit de bus gekomen. Deze gemodificeerde M16's droegen de Colt-benaming Model 715 (geweer) en 725 (karabijn). Omdat de Canadese regering de aanmaak van de wapens in eigen hand wilde houden - vermoedelijk verkeerde Colt ook toen al in een precaire financiële situatie - werd besloten de wapens bij Diemaco te laten maken. Daar worden de Colt Model 715 en 725 vanaf 1985 gemaakt onder de benaming C7 en C8. Behalve door het Canadese leger wordt de Diemaco gebruikt door Denemarken en sinds kort dus ook door de Nederlandse strijdkrachten.

 

Nederland kiest de Diemaco

De procedure voor de vervanging van de verouderde draagbare vuurwapens van het Nederlandse leger heeft jarenlang geduurd. Zoals gebruikelijk werd die selectie gestart met het opstellen van een eerste lijst met de meest geschikte kandidaten. Afgezien van de Diemaco kwamen op die lijst de volgende wapens voor: de Amerikaanse Colt M16A2, de Israëlische Galil, de Engelse Enfield L85A1, de Franse FAMAS, de Belgische FN FNC, de Italiaanse Beretta AR70/90, de Duitse Heckler & Koch 33E, de Spaanse Cetme en de Oostenrijkse Steyr AUG. In mei 1991 volgde daarop een zogenaamde short-list, waarop nog vier wapens voorkwamen: Diemaco, Colt, AUG en Galil. Uiteindelijk bleven de AUG en de Diemaco over en ontbrandde een harde concurrentiestrijd. Omdat beide wapens nagenoeg even geschikt bleken, werd die strijd vooral beslist op andere dan technische aspecten. Het is gebruikelijk dat (vooral) bij de aanschaf van defensiemateriaal ook economische en politieke factoren meewegen en die gaven in dit geval de doorslag.

Op 11 februari 1994 publiceerde het ministerie van Defensie een persbericht waarin de keuze voor de Diemaco bekend werd gemaakt. De belangrijkste pas­sage luidde als volgt: 'Beide wapens bleken tijdens technische en operationele beproevingen volledig te voldoen aan de gestelde eisen. Hoewel het Oosten­rijkse wapen iets lagere levensduurkosten heeft, gaat de voorkeur uiteindelijk uit naar de C7. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat het wapen van Steyr op dit moment bij geen enkel NAVO-land in gebruik is. Ook kan de C7 iets sneller worden geleverd en veroorzaakt de bijbehorende munitie minder overlast voor het milieu. Bovendien heeft het compensatiepakket van Diemaco volgens het ministerie van Economische Zaken de voorkeur op kwalitatieve en kwantitatieve gronden. Dit komt ten goede aan onder meer RDM, Lips, Eurometaal, DSM en KLM. De keuze voor Diemaco biedt ook meer perspectief op verdergaande samenwerking in verband met de bondgenootschappelijke relatie met Canada.'[4]

 

De Diemaco wapenfamilie

De Diemaco zal bij de vier krijgsmachtdelen een aantal verschillende wapens vervangen: de FAL, FALO, UZI, Garand, M1-karabijn en het FN Browning-pis­tool (gedeeltelijk). Om alle functies van deze uiteenlopende wapensoorten goed te kunnen vervullen, wordt de Diemaco in verschillende versies gekocht. De totale kosten bedragen 96,4 miljoen gulden. Aanvankelijk zouden er ongeveer 107.000 wapens worden aangeschaft, maar als gevolg van de herstructurering en verkleining van de krijgsmacht werd dit aantal tot 52.285 exemplaren terugge­bracht, verdeeld over de volgende uitvoeringen.

  • C7: geweer voor de Koninklijke landmacht, enkelschots of drieschots vuurstoten, 39.500 stuks;
  • C8: karabijn voor de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke mare­chaussee, kortere loop en kortere, verstelbare kolf, enkelschots of drieschots vuurstoten, 7500 stuks;
  • C7A1: geweer voor de Koninklijke marine, half- of volautomatisch, voor­zien van 3,5 x vergrotend optisch vizier, 4750 stuks;
  • C7LOAW: licht ondersteunend automatisch wapen voor het korps mariniers, volautomatisch, voorzien van zwaardere loop, tweepoot en 3,5 x vergrotend optisch vizier, 535 stuks.

 

Afb. 7. Het C7 geweer voor de Koninklijke landmacht.

 

Afb. 8. Het C7A1 geweer voor de Koninklijke marine met optisch vizier.

 

Afb. 9. De C8 karabijn voor de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee.

 

Afb. 10. De C7LOAW voor het Korps mariniers.

 

Zoals uit deze opsomming blijkt, levert Diemaco een echte 'wapenfamilie', waarbij het grootste deel van de onderdelen (ruim 75%) van de verschillende wapens uitwisselbaar is. Afgezien van lagere productiekosten is er het voordeel dat een soldaat die voor één van de wapens is opgeleid, in principe ook de andere 'familie-leden' kan bedienen. Ook de munitie is voor alle uitvoeringen dezelfde: de Diemaco verschiet de NAVO 5,56 x 45 patroon (.223, SS109). Veertien jaar na de officiële invoering van dit nieuwe NAVO-kaliber voldoet daarmee ook Nederland aan deze eis.

 

Afb. 5. Schematische weergave van de wapenfamilie van Diemaco.

 

Afb. 6. Enkele accessoires van de Diemaco. Het afgebeelde magazijn is de metalen Canadese uitvoering; de Nederlandse wapens hebben een kunststof magazijn.

 

Zoals gezegd is de C7 een gemodificeerde versie van de Colt M16A2, die sinds midden jaren tachtig bij Diemaco in productie is. De belangrijkste verschillen met de M16A2 zijn de richtmiddelen (de Diemaco heeft een eenvoudige, in twee standen verstelbare keep), het magazijn (van kunststof in plaats van het metalen M16-type) en de loop. De loop van de Diemaco wordt gesmeed in plaats van gegoten, zoals de loop van de M16A2. Het koudsmeed-fabricage­proces heeft als voordeel dat de levensduur aanzienlijk hoger ligt dan bij gego­ten lopen.

De Diemaco is een luchtgekoelde gasdruklader met een draaiende afsluiter, gevoed door een 30-schots magazijn. De theoretische vuursnelheid bedraagt ongeveer 800 schoten per minuut, de mondingssnelheid van de kogel is 950 meter per seconde. De loop heeft zes trekken en een spoed van 17,8 cm. Met uitzondering van de karabijnversie C8, is in de kolf een ruimte uitgespaard voor onderhoudsmiddelen. Hieronder een schematisch overzicht van de belangrijk­ste technische gegevens van de verschillende uitvoeringen. Ter vergelijking zijn ook de gegevens van de FAL opgenomen.

Model C7 C7A1 C8 C7LOAW FAL
Kaliber 5,56x45 5,56x45 5,56x45 5,56x45 7,62x51
Vuursnelheid 800 s/min 800 s/min 850 s/min 650 s/min 650 s/min
Leeggewicht 3,4 kg 3,4 kg 2,7 kg 5,8 kg 4,5 kg
Geladen gewicht 3,9 kg 3,4 kg 3,2 kg 6,2 kg 5,0 kg
Magazijninhoud 30 patr. 30 patr. 30 patr. 30 patr. 20 patr.
Lengte 100 cm 100 cm 76 cm 100 cm 109 cm
Looplengte 50 cm 50 cm 37 cm 50 cm 53 cm

 

Tenslotte

Met de vervanging van de FAL door de Diemaco is de persoonlijke bewapening van de Nederlandse militair aanzienlijk verbeterd. Het nieuwe wapen is hand­zamer vanwege het lagere gewicht en de kleinere afmetingen, heeft een lichtere terugslag dankzij de 5,56 mm patroon en verschaft de mogelijkheid om met dezelfde draaglast een grotere munitievoorraad op de man mee te voeren. Verder zijn de magazijnen en een groot aantal andere onderdelen uitwisselbaar met die van de M16, zodat reparatie en onderhoud in het veld vergemakkelijkt worden.

Of de huidige uitvoering van de Diemaco in technisch en tactisch opzicht de best mogelijke keus was, is een andere kwestie. Zoals uit het voorgaande blijkt, gaat het om een ruim veertig jaar oud ontwerp. Het wapen is in verschillende opzichten wel gemoderniseerd, maar behoort toch tot een oudere generatie dan zijn (voormalige) belangrijkste concurrent, de Steyr AUG. Dit geweer heeft een langere levensduur, is voorzien van een eenvoudiger mechanisme, een vrijwel onverwoestbare kunststof kast en een geïntegreerd optisch vizier.

Daarnaast heeft defensie bij de C7 en C8 bewust gekozen voor een versie met burst-control, waardoor een volautomatische vuurstoot beperkt wordt tot maxi­maal drie patronen. Daarmee wordt voorkomen dat de militair in panieksitu­aties door volautomatisch vuur snel door zijn munitie-voorraad heen is. Maar bij het beroepsleger waarover Nederland nu beschikt, zou men mogen verwach­ten dat een goede vuurdiscipline zou kunnen worden aangeleerd, ook als het wapen wel volautomatisch kan schieten. De meeste andere militaire wapens bieden die mogelijkheid wel en daarmee is de Nederlandse militair bij eventu­ele confrontaties in het nadeel.

 

Bronnen en literatuur

  • Brief staatssecretaris van Defensie aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten­Generaal d.d. 11 februari 1994, nummer M490003771.
  • Brief staatssecretaris van Defensie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten­-Generaal d.d. 29 november 1995, nummer D 005/95/22380.
  • Persbericht ministerie van Defensie d.d. 11 februari 1994, DV 017/94.
  • Diemaco, Advantages And Benefits Associated With The Netherlands-Canada Rille Program, 17/8/1993.
  • Diemaco, Hamnier Forged Rille Barrel Performance And Characteristics Relative To Other Manufacturing Methods. (z.j.)
  • Herben, M., 'Krijgsmacht krijgt Canadees wapen', in: Defensiekrant, 17 februari 1994, Nr. 7.
  • 'New from Canada', in: International Defense Review, 1/1990, 77.
  • Ruyter, R.F. de, 'Het Diemaco C7-geweer ter vervanging van de FAL?', in: SAM Wapen­magazine, nr. 49, 35-40.
  • Martens, B.J. en G. de Vries, 'De Diemaco C7, het nieuwe geweer voor het Nederlandse leger', in: SAM Wapenmagazine, nr. 68, 24-27.
  • Stevens, R.B. en E.C. Ezell, The Black Rille (Toronto 1994).
  • Walther, J., Rifles of the World (London 1993).

 

 Met dank aan Diemaco, R.H.G. Koster en het ministerie van Defensie.

 

Noten

  1. Aan dit exemplaar werd reeds eerder aandacht besteed in Armamentaria, 30 (Delft 1995) 118-119.
  2. G. de Vries en B.J. Martens, Nederlandse vuurwapens. KNIL en Militaire Luchtvaart 1897-1942 (Amsterdam 1995) 86-90.
  3. Zie voor de geschiedenis van de M16: Stevens en Ezell, The Black Rille (op.cit.).
  4. Persbericht Persvoorlichting Defensie DV 017/94, 11 februari 1994.