Keuze uit de aanwinsten

Het Legermuseum bereidt zich voor op de verhuizing naar Soesterberg, die gepland staat voor 2014. In dat licht is besloten zo min mogelijk actief te verwerven. Maar sommige stukken zijn zo belangrijk uit militairhistorisch oogpunt dat deze toch worden toegevoegd aan de collectie. Een selectie van de aanwinsten uit 2010 staat hier beschreven.

 

Van dienstplichtig huzaar tot officier bij de Bojna Zrinski

Van dienstplichtig huzaar tot officier bij de Bojna Zrinski

 

Van dienstplichtig huzaar tot officier bij de Bojna Zrinski

 

Van dienstplichtig huzaar tot officier bij de Bojna Zrinski

Inv.nrs. 128773 t/m 128790, 019773, 00270289 t/m 00270294, 00270296

Een ensemble van Rende van de Kamp, bestaande uit 17 hoofddeksels, documenten, fotografische negatieven en afdrukken, enkele muziekcassettes, een embleem, een horloge en een dolk (1978-1992).

In Armamentaria 43 verscheen het artikel ‘Ik wilde soldaat zijn. Klaar’ over het manuscript van Rende van de Kamp, Onder vreemde vlag. Ter illustratie van het verhaal mochten wij gebruik maken van een fraaie reeks hoofddeksels van Rende van de Kamp, die een compleet overzicht geeft van zijn opmerkelijke militaire loopbaan in zowel Nederlandse als vreemde krijgsdienst. In aanvulling op het manuscript mocht het museum bovendien zijn Kepi Blanc van het Franse Vreemdelingenlegioen in de collectie opnemen.

De complete reeks hoofddeksels is nu ondergebracht bij het Legermuseum, aangevuld met documentatie, foto’s en enkele losse items. Het ensemble rond zijn tijd bij la Legion Etrangère toont de zwarte kepi van onderofficier en zijn groene baret van le deuxieme Regiment Etrangère de Parachutistes (2éme REP), dé elite binnen het Franse Vreemdelingenlegioen. Aan de binnenkant staat met stift geschreven ‘VDK’, een trigram (drielettercode) voor zijn achternaam. Links een stapeltje notitieboekjes, waarvan de legionairs er altijd één bij zich moesten dragen. In zowel de Franse als de Nederlandse taal schreef Rende hierin allerhande notities rond lessen, oefeningen, procedures en opdrachten, hier en daar aangevuld met schetsjes.

De namenlijst onderop betreft een Ordre de la bataille 4éme section van oefening Aquillon-Tramontane met ‘Sgt Vande Kamp’ als een van de groepscommandanten. Het boekje met zijn bilan personnel (persoonlijke beoordeling), bevat vooral schietresultaten en doorlopen cursussen, maar ook testen als zwemmen en Parcours du combattant. Het horloge betreft een kerstgeschenk, met op de wijzerplaat ‘2éme REP’, het onderdeelwapen en ’Noel 1987’.

In het ensemble rond zijn deelname aan de strijd in Kroatië een donkerblauwe muts die Rende droeg bij de Hrvatske Obrambene Snage (HOS, Kroatische Verdedigings Strijdkrachten) en zijn heldergroene baret van de Bonja Zrinski, een Special Forces eenheid. Beide hoofddeksels zijn voorzien van een Kroatisch schild als embleem: in Kroatië wordt het schild gezien als het primair nationaal symbool, nog voor de nationale vlag. Het embleem op de baret heeft onder het schild een wapenspreuk, Viribus Unitis (´met vereende krachten´). Ook déze baret is door Rende gemerkt met ‘VDK’. Op de muts een stapel compact cassettes met nationalistische muziek en liederen, die Rende veel hoorde aan het front bij de HOS. Bovenop de stapel ligt CRO ARMY hit kazeta met de strijdkreet za dom spremni (‘voor het vaderland bereid´). Een andere cassette heeft als titel Nikad vis˘e tes˘kog jada, nikad vis˘e Beogrado (‘Nooit meer groot verdriet, Nooit meer Belgrado’). Deze cassettes werden voor een habbekrats verkocht op Ban Jela˘ci´c, het grote plein in Zagreb, samen met andere nationalistische zaken als insignes, vlaggetjes, petjes en T-shirts. De teksten, veelal refererend aan de Usta˘se tijdens de Tweede Wereldoorlog, werkten als een katalysator op de manschappen. In Frankrijk kocht Rende als survivalmes een Kabar knive, van origine een jachtmes, wat in 1945 standard issue knife werd van het United States (US) Marine Corps. Het mes bleek in Kroatië een onmisbaar stuk gereedschap.

Casper van Bruggen

 

KNIL luger voor opleidingen

KNIL luger voor opleidingen

Inv.nr. 007903. Schenking FIOD Alkmaar.

In 1911 introduceerde het Koninklijk Nederlands Indisch Leger een nieuw vuistvuurwapen. De in Duitsland ontworpen Luger was het eerste semiautomatische pistool in de Nederlandse krijgsmacht en daarmee een noviteit.

Om aankomende officieren bekend te maken met het Lugerpistool, werd er een twaalftal exemplaren naar de Hoofdcursus in Kampen en de Koninklijke Militaire Academie gestuurd. Deze pistolen onderscheiden zich door een serienummer dat afwijkt van de geleverde standaardwapens. Recentelijk dook een van deze 12 pistolen op en werd in de wapenkamer van een politiebureau herkend door een particulier wapenverzamelaar. Deze lichtte het museum in over dit wapen dat in Noord Holland in beslag was genomen en op het punt stond om vernietigd te worden. Dankzij deze verzamelaar en de welwillende medewerking van de Officier van Justitie kon dit bijzondere wapen worden gered en werd het opgenomen in de collectie van het Legermuseum. Opmerkelijk is dat het pistool Britse proefbankmerken vertoont van na 1954; kennelijk is het wapen dus na die tijd nog op reis geweest naar het buitenland en weer teruggekomen naar Nederland. Het patroonmagazijn is niet origineel en ook enkele onderdelen vertonen afwijkende nummers.

Mathieu Willemsen

 

Twee revolvers met een bijzondere historie

Twee revolvers met een bijzondere historie

Inv.nrs. 007915 en 007916. Schenking Politie Haaglanden.

Recentelijk doken in een Haagse woning twee oude revolvers met bijbehorend holster op. Het betroffen een Belgische revolver van het type zoals dat voor de oorlog bij de Nederlandse Rijks Veldwacht in gebruik was en een Amerikaanse Iver Johnson uit de Tweede Wereldoorlog. Deze revolvers waren lang geleden in het huis verstopt door een van de voormalige eigenaars. Onderzoek bracht aan het licht dat de eigenaar van de revolvers vermoedelijk Pieter Brijnen van Houten (1907-1991) is geweest. Een man met een opmerkelijk verleden.

Pieter Brijnen was voor de oorlog in dienst bij het Ministerie van Oorlog, en wel bij de geheime dienst GS III. Met als dekmantel dat hij correspondent was van De Telegraaf moest hij toezicht houden op de Duitse Keizer en in de gaten houden of deze er niet teveel rechts-extremistische sympathieën op na hield. Ook de opkomende NSB moest door hem in de gaten worden gehouden. Vermoedelijk heeft Pieter in deze functie het veldwachtershandwapen gekregen. De revolver is geheel standaard wat betreft uitvoering, maar opvallend is dat er geen wapennummer op te vinden is. Zou dit samenhangen met de geheime aard van zijn functie?

Tijdens de invasie van de Duitsers werd Pieter Brijnen officieel overleden verklaard en een kist onder zijn naam werd begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen te Den Haag. In werkelijkheid was hij echter naar het Verenigd Koninkrijk ontsnapt, waar hij onder de naam Pieter van Houten bij de Britse collega’s van de geheime dienst, MI5, ging werken. Zijn belangrijkste taak daar was om toezicht te houden op Prins Bernhard, in wie de Britten geen 100% vertrouwen hadden in verband met diens Duitse afkomst. Het is zeer waarschijnlijk dat Pieter deze opdracht kreeg vanwege zijn vooroorlogse ervaring met een vergelijkbare taak. Van de MI5 ontving de geheimagent vermoedelijk zijn Iver Johnson revolver. Een wapen waarop geen tekenen te zien zijn dat deze door enige overheid ooit is verstrekt. Het werk in Engeland verliep moeizaam: tot tweemaal toe wist de prins aan de aandacht van Pieter te ontsnappen. Gevolg was dat hij uit zijn functie werd ontheven. Na de oorlog keerde hij terug en wederom veranderde hij zijn achternaam. Tot aan zijn dood zou hij door het leven gaan als Pieter Brijnen van Houten.

Mathieu Willemsen

 

Archief schietproeven Commissie van Proefneming, periode 1931-1940

Archief schietproeven Commissie van Proefneming, periode 1931-1940

Inv.nrs. 00270574 tot en met 00270582. Schenking van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag.

Het betreft negen archiefdozen met verslagen van alle schietproeven door de Commissie van Proefneming in de jaren 1931 tot en met 1940. De Commissie van Proefneming, thans Afdeling Beproevingen, was destijds gevestigd in Zaandam, naast de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug. Haar taak bestond uit de kwaliteitscontrole van aangemaakte en aangekochte munitie. Hiertoe werden op verschillende locaties (Petten, Scheveningen, Oldebroek e.a.) schietproeven gehouden. Zo werden bijvoorbeeld op 26 april 1940 twee partijen van elk 19.980 stuks handgranaten, scherpe, Ei, Nº 1, gekeurd op het terrein aan de Hembrug. Hiertoe werden van elke partij 81 handgranaten beproefd op brandtijd. De eis was 3,4 seconden plus of min maximaal 0,4 seconden. Bij de test liepen de brandtijden uiteen van 3,3 tot 3,6 seconden en dus werd de partij afgekeurd. Bij de schenking is een register aanwezig van alle keuringen door de Commissie vanaf 3 april 1918 tot en met 9 mei 1940.

Mathieu Willemsen

 

Affiche Tentoonstelling voor Luchtbescherming. Delft 28 mrt - 1 april 1939

Affiche Tentoonstelling voor Luchtbescherming. Delft 28 mrt - 1 april 1939

Litho 58 x 79,5 cm; gesigneerd met onbekend monogram; opdrachtgever: Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming (NVL); drukker: S. Lankhout & Co. Den Haag, Inv.nr. 00268995. Aankoop bij Van Sabben Poster Auctions, Hoorn.

Het affiche waarschuwt tegen Duitse luchtaanvallen. De NVL organiseerde ook in andere steden voorlichtingstentoonstellingen en kondigde die waarschijnlijk met hetzelfde affiche, zij het met aangepaste locatie en datum, aan: vier bommenwerpers in duikvlucht met een afgeworpen bom. Het is een zeldzaam exemplaar. Het Gemeentearchief Delft kent het affiche niet en voor zover bekend komt het ook niet in andere collecties in ons land voor. Een uitzondering is het NIOD. Daar bevindt zich een variant: de voorstelling is eender, maar is aangevuld met een bijzonder fraai logo, bestaande uit de naam ‘Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming’, waarin twee dubbeldekkers, een gasmasker met gaswolk en de kaart van Nederland zijn verwerkt. De titel luidt kortweg ‘luchtbescherming’. Het NIOD heeft dit exemplaar met 1942 gedateerd. In januari 1942 werd de NVL echter als zodanig opgeheven en kwam de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen onder toezicht te staan van de Duitse bezetter. De Duitsers kwamen met eigen waarschuwingsaffiches tegen luchtaanvallen.

De tentoonstelling, die gehouden werd in Gebouw Bouwkunde van de toenmalige Technische Hogeschool aan de Oude Delft 89 te Delft, was ook ’s avonds open en trok 3500 bezoekers. Daarvan meldden zich 350 personen zich als nieuw lid aan bij de Delftse afdeling van de NVL die op de tentoonstelling uiteraard met een stand vertegenwoordigd was. De voorlichting bestond uit foto- en tekstpanelen betrekking hebbend op luchtaanvallen, bescherming daartegen en slachtofferhulp en was aangevuld met diverse soorten gasmaskers, afschermingskappen voor auto- en huiskamerlampen, en voorts een model van een zolder en een schuilkelder, met informatie over hoe die wel en niet ingericht moesten worden. De Artillerie-inrichting Hembrug verzorgde een stand met acht soorten gasmaskers, reukmeetdozen, doorsneden van vullingsbussen voor gasmaskers, een luchtverversingsapparaat en een asbestpak. In een andere zaal bevond zich een maquette van Delft waar met behulp van oplichtende lampjes de 140 in en nabij de stad gelegen hulpposten aangegeven waren. Een derde zaal was gewijd aan de Medische Luchtbeschermingsdienst van Delft. Op de verdieping stonden stands van het bedrijfsleven, firma’s die speciale gloeilampen, gasmaskers, zuurstofkoffers, gasmaskers, verduisteringsgordijnen, richtlampen en noodprivaten leverden. De Delftse (wetenschappelijke) boekhandel Waltman was vertegenwoordigd met literatuur op het gebied van luchtbescherming.

(bron: Delftsche Courant, 27 en 31 maart 1939)

Jos Hilkhuijsen

 

Prenbriefkaartalbum m.b.t. de Eerste Wereldoorlog, samengesteld door M. Thierry de Bye Dólleman, 1914-1920

Prenbriefkaartalbum m.b.t. de Eerste Wereldoorlog, samengesteld door M. Thierry de Bye Dólleman, 1914-1920

 

Prenbriefkaartalbum m.b.t. de Eerste Wereldoorlog, samengesteld door M. Thierry de Bye Dólleman, 1914-1920

Inv.nr. 00262535. Schenking RKD Den Haag.

De prentbriefkaarten (78 stuks) in het authentieke insteekalbum hebben betrekking op de eerste wereldoorlog en bestaan onder meer uit portretten van internationale opperbevelhebbers, binnen- en buitenlandse uniformvoorstellingen en spotprenten. Uit steeds dezelfde adressering en bijgeschreven woorden is af te leiden dat de geadresseerde Michiel Thierry de Bye Dólleman een kind is en de prentbriefkaarten verzamelde. Hij kreeg ze van zijn ouders, ooms en tantes die ze vanaf hun woonadressen en hun binnen- en buitenlandse vakantie- of verblijfadressen volgeschreven naar hem toestuurden. Er bevinden zich naast Nederlandse ook Belgische, Zwitserse, Britse en zelfs uit Japan verzonden exemplaren tussen. Een aantal van deze prentbriefkaarten is het Legermuseum niet onbekend, maar bijzonder is het gegeven dat het een verzameling is van een belangstellende jongen van rond de tien jaar oud die er zijn familie voor inzette. Op hun beurt toonde die hun betrokkenheid door de kaarten uitgebreid van commentaar te voorzien, wat wellicht ook te maken had met Michiels zwakke gezondheid. Hij was vaak ziek. In zijn algemeenheid zegt de aanleg van dit album iets over de invloed van de oorlog op de jeugd in (het neutrale) Nederland en hoe volwassenen daarin meegingen. Vooral de oorlogvoerende landen brachten dergelijke prentbriefkaarten op de markt, bedoeld als propagandamateriaal. Opmerkelijk is dat een aantal (Engelse) prentbriefkaarten in het album op kinderniveau is getekend en meer voor de jeugd dan kleinerend lijken bedoeld.

Michiel Thierry de Bye Dólleman (1908-1994) was van gegoede huize en groeide op in Aerdenhout. Zijn vader was firmant en later bankdirecteur. Op 33-jarige leeftijd huwde Michiel jonkvrouw H.C. Six en hij was tot 1940 werkzaam bij de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij. Van jongs af aan had ook de filatelie zijn aandacht. Hij maakte er op latere leeftijd zelfs zijn beroep van en werd een gerespecteerd expert.

(bron: ‘Inventaris collectie genealogieën van de Haarlemse geslachten vóór ca 1600’ - catalogus antiquariaat Van der Steur Haarlem 1990)

Jos Hilkhuijsen

 

De veldslag van Quatre Bras. Z.k.h. Willem Fredrik George Lodewijk, prins van Oranje, op den 16den Junij 1815, herneemt het verloren terrein van de Fransche Armee in persoon door Buonaparte gecommandeert wordende, naar F. Dieterich, 1817-1825.

De veldslag van Quatre Bras. Z.k.h. Willem Fredrik George Lodewijk, prins van Oranje, op den 16den Junij 1815, herneemt het verloren terrein van de Fransche Armee in persoon door Buonaparte gecommandeert wordende, naar F. Dieterich, 1817-1825.

Gekleurde litho (proefdruk), circa 45 x 35 cm. Inv.nr. 00269017. Legaat van particulier.

De gekleurde voorstelling is een interessante aanvulling op de twee enige, in de collectie aanwezige contemporaine voorstellingen van deze bekende veldslag, te weten de ongekleurde litho van Mathieu Ignatius van Bree (1773-1839) uit 1816 en die van Jan Kamphuijsen (1760-1841), uitgegeven rond 1850, naar diens rond 1820 geschilderde creatie. Latere versies in de collectie zijn die van P. de Jong (1912) en Hoynck van Papendrecht (1910).

De centrale figuur is Oranjeprins Willem George Frederik Lodewijk die op voornoemde verbeeldingen aldoor zijn leger aanvoert en als enige te paard zit. De Duitse vervaardiger F. Dieterich koos er echter voor om de prins met zijn zeven leden tellende staf, alle te paard zittend, op de voorgrond te plaatsen.

Jos Hilkhuijsen

 

Eene revue der Rijdende Artillerie op de Vlasakkers bij Amersfoort, 29 Oct. 1839, door WM

Eene revue der Rijdende Artillerie op de Vlasakkers bij Amersfoort, 29 Oct. 1839, door WM

Geaquarelleerde pentekening, 25 x 17 cm. Inv.nr. 00269016. Legaat van particulier.

De knap getekende pentekening is een welkome aanwinst vanwege de genoemde locatie en de exacte datering. De voorstelling toont artillerieofficieren te paard waartussen zich twee hoge ambtenaren met steek bevinden met rechts daarvan een hoge officier op een wit paard. Het vermoeden is dat dit koning Willem II is, die op de genoemde dag een veldoefening, die op de achtergrond te zien is, bezocht. Helaas is (nog) niet bekend welke vervaardigersnaam achter de initialen WM schuilt.

Het ten noordoosten van Soesterberg gelegen terrein Vlasakkers is nog steeds militair gebied en grenst vrijwel aan de geplande locatie van het nieuwe Legermuseum in Soesterberg.

Jos Hilkhuijsen

 

Afbeelding van een Camp zooals hetzelve gemaakt werd door de Troepen van Haare Hoog Moogende onder de ordres van den Collonel L.H. Fourgeoud in de boschen van de Colonie van Suriname, door G.H. Luck

Afbeelding van een Camp zooals hetzelve gemaakt werd door de Troepen van Haare Hoog Moogende onder de ordres van den Collonel L.H. Fourgeoud in de boschen van de Colonie van Suriname, door G.H. Luck

 

Afbeelding van een Camp zooals hetzelve gemaakt werd door de Troepen van Haare Hoog Moogende onder de ordres van den Collonel L.H. Fourgeoud in de boschen van de Colonie van Suriname, door G.H. Luck

 

Afbeelding van een Camp zooals hetzelve gemaakt werd door de Troepen van Haare Hoog Moogende onder de ordres van den Collonel L.H. Fourgeoud in de boschen van de Colonie van Suriname, door G.H. Luck

 

Afbeelding van een Camp zooals hetzelve gemaakt werd door de Troepen van Haare Hoog Moogende onder de ordres van den Collonel L.H. Fourgeoud in de boschen van de Colonie van Suriname, door G.H. Luck

Aquarel, 17,5 x 26,5 cm. Inv.nr. 00268996. Aankoop bij Veilinghuis Amberes, Antwerpen.

Suriname was in de achttiende eeuw het toneel van langdurige guerrillaoorlogen die bosnegers voerden tegen de koloniale troepen. In het derde kwart van die eeuw bond de 60-jarige L.H. Fourgeoud als bevelhebber van de 1600 man tellende expeditionaire troepenmacht de strijd aan tegen de geduchte boni’s, de volgelingen van guerrillaleider Boni (1730-1793). De Zwitserse kolonel in Staatse Dienst Fourgeoud staat te boek als een meedogenloze, eigenzinnige aanvoerder die op gespannen voet stond met de toenmalige Nederlandse gouverneur van Suriname, Jan Nepveu (1719-1779). Met succes verdreef hij de boni’s in 1776 naar Frans Guyana. Daarvan tekende zijn kapitein John Stedman (1744-1798) een gedetailleerd, maar voor Fourgeoud weinig vleiend verslag op. (Dit verslag is gedeeltelijk opgenomen in J.G. Stedman, Narrative of a five years’ expedition, against the revolted negroes of Surinam, in Guiana, on the wild coast of South America: from the year 1772 to 1777: elucidating the history of that country, and describing its productions, viz. quadrupedes, birds, fishes, reptiles, trees, shrubs, London 1806).

De naïeve tekening, die een indruk geeft van een primitief opgezet legerkamp van Nederlandse soldaten en negerslaven in het bos, is bijzonder te noemen. Niet alleen vanwege het feit dat het een levendige indruk van het dagelijkse kampleven geeft - een interessant detail is de slang onder een hangmat waarin een gewonde soldaat ligt - maar ook vanwege de vervaardiger G.H. Luck. Contemporaine voorstellingen waren tot nu toe alleen bekend uit voornoemde publicatie van Stedman. Deze gravures zijn vervaardigd door de vier graveurs (waaronder de bekende Engelsman William Blake (1757-1827), op basis van tekeningen die Stedman in Suriname had gemaakt. Voor de Nederlandse editie werden de gravures van voornoemde kunstenaars overgenomen. Een voorstelling van een legerkamp zoals door Luck wordt verbeeld, komt in deze uitgaven niet voor. Van Luck is verder niets bekend. Vermoedelijk maakte hij als militair deel uit van Fourgeouds legereenheid. Zijn aquarel lijkt afkomstig te zijn uit een schetsboek, zodat verondersteld mag worden dat het legerkamp niet zijn enige creatie van zijn verblijf in Suriname is. Onderzoek daarnaar heeft tot nu toe niets opgeleverd.

In de collectie bevinden zich een portretgravure met lofdicht op Fourgeoud (ca 1800), een portretgravure van Jan Nepveu en vijf uniformvoorstellingen van F.J.G. Ten Raa naar Blake. Het legerkamp van Luck is daar dus een interessante en waardevolle aanvulling op.

Jos Hilkhuijsen

 

Negentiende-eeuwse (?) houten kist met beschilderde voorstelling van een manschap der Huzaren van Boreel

Negentiende-eeuwse (?) houten kist met beschilderde voorstelling van een manschap der Huzaren van Boreel

Afmeting 54 x 52,5 x 92 cm (hxbxd). Inv.nr. 128725. Aankoop uit particulier bezit.

Gereedschap, verbindings- en verbandmiddelen, munitie, wapens, enz. enz. en persoonlijke bezittingen, we staan er niet vaak bij stil, maar het moest allemaal door het leger worden vervoerd en dus ook verpakt. Zo verscheen in 1900 een Bepakkingslijst voor de kist tot geweermakersgereedschappen en verwisselstukken behoorende bij de bagagekar der infanterie. Het Legermuseum bezit dan ook een uitgebreide collectie ‘kisten’, met al dan niet de inhoud. Wellicht een onbekende maar niettemin bijzondere collectie. Veel van die kisten zijn voorzien van teksten die met een kwast of penseel in witte verf zijn aangebracht. De teksten hebben betrekking op inhoud, eenheid of eigenaar. Uit 1831 dateert bijvoorbeeld een Bepaling van het materieel gevorderd tot de volledigheid eener veld-batterij, en van de opschriften, te plaatsen tegen de deksels der kisten van het nieuw veld-materieel. Hierin worden gedetailleerd – met militaire precisie – vele verschillende teksten opgegeven die op de deksels van de kisten ten behoeve van een batterij artillerie dienden te worden geschilderd.

Beschilderde militaire kisten met een decoratieve voorstelling, die in de burgermaatschappij regelmatig voorkomen, zijn schaars. Sterker nog, het Legermuseum bezit er ondanks de uitgebreide kistencollectie niet een. Dit is de reden waarom het museum de kist heeft aangekocht. Het betreft een houten kist op poten met een scharnierend gebogen deksel. De kist is grijs geschilderd. Op het deksel is in het midden op een witte ovale ondergrond met een groen kader een schildering aangebracht voorstellende een manschap van de Huzaren van Boreel (Regiment Huzaren nr. 6, 1814-1841). Het deksel is verder voorzien van een dubbel groen kader met op de hoeken geelkoperen signaalhoorns. De Huzaren van Boreel danken hun naam aan de oprichter van het regiment Willem François Boreel (1774-1851), die stamde uit een Amsterdams regentengeslacht. Hij ontving op 25 november 1813 opdracht tot het oprichten van een regiment huzaren waarvan hij in de rang van luitenant-kolonel tevens de commandant zou worden. Aanvankelijk bleef dit regiment ongenummerd om vervolgens de naam Regiment Hussaren No. 4 te krijgen. Na de samenvoeging van de Noord- en Zuid-Nederlandse troepen werd deze naam gewijzigd in Hussaren no. 6, en dat zou tot 1841 zo blijven.

De aanduiding van het regimentsnummer op onder meer de sjako kreeg het regiment officieel pas per 12 februari 1820. Dit betekent dat de huzaar die is afgebeeld op de kist qua uniform kan worden gedateerd tussen 1820 en 1841. Interessant is dat volgens dr. F.G. de Wilde (1903-1999), uniformkenner bij uitstek, de Huzaren van Boreel vrijwel altijd met wit leerwerk werden afgebeeld terwijl zwart was voorgeschreven, waarmee ook de huzaar op de kist is afgebeeld.

De datering van het huzarenuniform sluit echter niet aan bij die van de signaalhoorns uit het laatste kwart van de negentiende eeuw en later. In de tijd waarin voornoemd uniform werd gedragen gebruikten de trompetters van de Huzaren van Boreel een klaroen om signalen mee te geven.

Vermoedelijk zijn de signaalhoorns later op de kist geschilderd. De schildering van de huzaar oogt namelijk veel ouder. Wellicht is zelfs de gehele kleuring van de kist later (opnieuw) aangebracht. De leeftijd van de kist zou hierover meer zekerheid kunnen geven.

Het betreft vermoedelijk een kist van een officier ofwel een oud-materieelkist die een andere bestemming heeft gekregen. Manschappen mochten niet over kisten van deze grootte beschikken omdat ze onder het bed geplaatst moesten kunnen worden, daarnaast moesten de kisten zwart of groen (Jagers) en van naam, voorletters, rang, eenheid en het kleding- en/of wapennummer voorzien zijn. De kist kan uiteraard ook van een oud-militair zijn van welke rang dan ook of (in opdracht) beschilderd zijn door een nazaat van een militair of een liefhebber. Het is hoe dan ook een bijzonder voorbeeld van militaire folklore.

Literatuur

Talens, M.,“De ransel op de rug”. De uitrustingsstukken van de Nederlandse soldaat sinds 1813 2 (Breda z.j.). Wilde, F.G. de, ‘De uniformen van het Regiment Huzaren van Boreel 1814-1841’, in: Armamentaria 20 (1985) 64-84.

Louis Ph. Sloos